Wat is het opgenomen vermogen van een centrifugaalpomp?

Contact

+31 88 9456 000

Wij staan voor u klaar
van maandag t/m vrijdag
van 08:00 t/m 17:00 uur
(op feestdagen zijn we gesloten)

Een elektromotor drijft, zoals beschreven, de pompas aan, waarop de waaier zit. De in de pomp opgewekte drukverhoging en het door de pomp verpompte debiet zijn het hydraulische resultaat van de elektrische aandrijfenergie. De door de motor benodigde energie wordt met opgenomen vermogen P₁ van de pomp aangeduid.

Vermogenskarakteristieken van centrifugaalpompen

De vermogenskarakteristieken van centrifugaalpompen worden in een grafiek weergegeven: op de verticale as, de ordinaat, wordt het opgenomen vermogen P₁ van de pomp in watt [W] genoteerd. Op de horizontale as, de abscis, wordt – net als bij de nog te behandelen pompkarakteristiek – het debiet van de pomp in kubieke meter per uur [m3/h] genoteerd. De schaalindeling wordt hierbij in dezelfde schaal gekozen. Deze beide karakteristieken worden in catalogi vaak onder elkaar weergegeven zodat het verband goed zichtbaar is.

Het verloop van de vermogenskarakteristiek toont over het algemeen de volgende verbanden: bij een gering debiet heeft de motor het geringste opgenomen vermogen. Dit neemt toe met toenemende debiet. Hierbij verandert het benodigde vermogen in een duidelijker sterkere verhouding dan het debiet.

Voorbeeld van verband tussen pompkarakteristiek en vermogenskarakteristiek (Stratos MAXO 50/0,5-12)

De invloed van het motortoerental op de vermogenskarakteristiek bij centrifugaalpompen

Wordt bij voor het overige gelijkblijvende installatievoorwaarden het toerental van de pomp veranderd, dan verandert het opgenomen vermogen P praktisch proportioneel met de derde macht van het toerental n.

Formule om het rendement van een centrifugaalpomp te berekenen

Formule om het rendement van een centrifugaalpomp te berekenen

Met deze kennis kan de pomp zinvol worden geregeld en kan de verwarmingsenergiebehoefte worden aangepast. Wordt het toerental verdubbeld, dan neemt het debiet in dezelfde verhouding toe. De opvoerhoogte neemt toe tot het viervoudige. De noodzakelijke aandrijfenergie bedraagt dan ongeveer het achtvoudige. Wordt het toerental verminderd, dan worden het debiet, de opvoerhoogte in het leidingstelsel en het benodigde vermogen in dezelfde, zoals hierboven beschreven, verhoudingen gereduceerd.

Van de constructie afhankelijke vaste toerentallen

Een kenmerkend verschil tussen centrifugaalpompen is de opvoerhoogte, afhankelijk van de gebruikte motor en het vooraf vastgelegde vaste toerental. Hierbij wordt bij een snel lopende pomp met een toerental van n > 1500 1/min van een snelloper en bij een langzaam lopende pomp met een toerental van n < 1500 1/min van een langzaamloper gesproken.

De motorconstructie van de traagloper is iets geavanceerder en daarom kan de prijs van deze pompen iets hoger uitvallen. Maar daar waar de verwarmingscirculatieomstandigheden het gebruik van een langzaam lopende pomp mogelijk of zelfs noodzakelijk maken, leidt de snellere pomp tot een onnodig hoog stroomverbruik. De voor een toerentalreducering noodzakelijke hogere aanschafkosten leiden tot aanzienlijke besparingen bij de aandrijfenergie. De extra investering is dus vaak snel terugverdiend.

Bij een geregelde toerentalreducering conform de afname van de verwarmingsbehoefte levert de traploze regeling van de pompelektronica een duidelijke besparing op.